Fragment Ringo - LP

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Fragment Ringo

Meer > Laag 27

Fragmenten uit David Grabijn – Ringo's Testament
(opmaak is anders dan in het boek zelf)


Vooraf

De toekomst van de jaren zestig

(–)


Dit verhaal speelt in 2003. De babyboomers zijn de vijftig gepasseerd. We zien een tijdsbeeld dat weinig verschilt van de tijd waarin we vandaag leven. De economische groei hapert. Mensen verliezen hun baan en doen minder boodschappen. Alleen de topsalarissen stijgen nog. De aandelenmarkt heeft het moeilijk. Amerikanen en Britten vallen in dat jaar Irak binnen en in Europa is men het er onderling niet over eens of dat een goed idee is. De terreurdreigingen zijn er niet kleiner op geworden. De armoede- en milieuproblemen ook al niet. De wereld houdt zijn adem in.

We gaan op reis om eens wat afstand te nemen. De zomer van 2003 is wat Nederland betreft de warmste sinds 1947, toen de geboortegolf zo’n beetje piekte. In de rest van Europa is het nog veel warmer. En juist in die zomer komt op een heuvel in Toscane een stel bijna-zestigers bijeen om het eens over de jaren zestig te hebben. Kruipen deze oude babyboomers terug naar een warme schoot om opnieuw te beginnen? Een wedergeboorte dus? Misschien reïncarneren ze straks in een nieuwe opstandige generatie? Of strijken ze voorgoed de vlag? Dreigen ze de boot te missen en aan welke steiger ligt die boot dan wel?

Lees het verhaal van een kleine groep gewone ongewone mensen die de jaren zestig hebben meegemaakt en hardhandig met de moderne werkelijkheid worden geconfronteerd.

Moge de lezer iets herkennen!

De uitgever



‘Een ode?’
 ‘Ja, een ode, een hoeraverhaal, een eerbetoon of hoe heet zoiets, gewoon positief, weet je, het waren toch fantastische jaren, of niet dan?’

Twee mannen lopen in de regen over een weg vol kuilen en stenen. Ze zijn al wat ouder, ergens in de vijftig. Het zijn mannen die de jaren zestig van de vorige eeuw bewust hebben meegemaakt. Ze zien zichzelf nog altijd meer als jongens dan als mannen of heren. Maar het zijn natuurlijk gewoon mannen. Of heren.

 ‘Een ode aan wat dan?’
 ‘Aan de vrijheid.’
 ‘Vrijheid?’
 ‘Vrijheid.’

Ze lopen langzaam. De weg stijgt en ze moeten af en toe om plassen heen. Langs de weg staan wat bomen en struiken. Er zijn geen huizen en het regent zachtjes, maar onophoudelijk.


 ‘Ik denk dat we toch een taxi hadden moeten nemen.’
 ‘Ach, het is maar vier kilometer naar het huis.’
 ‘Ik word nat. En mijn schoenen zijn hier niet op gemaakt.’
 ‘Je hebt geen paraplu in je rugzak?’
 ‘Nee.’

Ze lopen allebei met een rugzak. De rugzak van Wilbert is oud en versleten. Die van Bob ziet er nog fris uit. Wilbert en Bob zijn met een aantal anderen uitgenodigd in een landhuis in het zuiden van Toscane voor een bijeenkomst rond het thema ‘jaren zestig’. Het gaat om verkenningen voor een film. Alle onkosten worden betaald.

Wilbert is in Bologna uit de trein gestapt op zoek naar koffie en een broodje. Toen hij terugkwam op het perron merkte hij dat de trein zonder hem was vertrokken.

(---)


‘Dank voor het wachten,’ zei Wilbert.
 ‘Niets te danken. Er zijn ergere plekken om op een terrasje te zitten.’

Later op de dag arriveren ze met een bus in het plaatsje Palazzuolo. Ze zijn nu vlak bij hun bestemming. Na een uitgebreide zit op een caféterras lopen ze over een verlaten weg omhoog.

‘Maar die ode, hè.’
 ‘Ja.’
 ‘Nou, die ode, moet dat echt? Het was een mooie tijd, maar dat was het dan, zou ik zeggen. Ik heb het toen naar mijn zin gehad, maar voorbij is voorbij. Misschien maak je het kapot als je het allemaal gaat opkloppen en mooi maken.’
 ‘Jij maakt toch wel eens een liedje over iets wat je mooi vindt?’
 ‘Ja, ook wel eens over iets waar ik van baal, trouwens.’
 ‘Dan kun je toch ook een ode brengen aan de jaren zestig? Maar de kunst is natuurlijk dat je het zó doet, dat die tijd overeind blijft.’
 ‘Overeind?’
 ‘Ja, zodat die mooie jaren hun eigen standbeeld kunnen zijn. Waar je tegenop kunt kijken als de grote inspiratie voor zoveel jonge mensen. Als oervader of oermoeder, nee, als de baarmoeder van je dromen, als het richtpunt, nee het ijkpunt van je gedachten. Daar zou je toch een prachtige song over kunnen maken?’
 ‘Ho, ho, wacht even. Ik ben een moderne Nederlandse songschrijver, dus ik mag niet uitbundig zijn. Als ik één regel blij ben, moet ik daarop meteen vijftien regels ironie en twijfel laten volgen. Na een dag zon komen drie weken zure regen.’
 ‘Ach joh, hou toch op. Niemand zegt dat je niet vijftien regels blij kunt zijn als jij daar zin in hebt.’
‘Nee, maar dan worden er geen plaatjes van verkocht. Kom nou toch, man. Wees toch ‘s reëel.’
‘Jij knielt voor de commercie. In de jaren zestig knielden we nergens voor.’


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu